Aan het eind van de gang zit een deur die bijna altijd dicht is. Erachter staan een naaimachine, een logeerbed dat twee keer per jaar wordt opgemaakt en een stapel dozen van de vorige verhuizing. Drie straten verder zoekt een student al een half jaar een kamer.
Dat plaatje is volgens onderzoek van ING geen uitzondering. Ruim de helft van de Nederlanders gebruikt een deel van de eigen woning structureel niet, en de helft zegt met minder ruimte te kunnen wonen. Toch zou een meerderheid geen kamer beschikbaar stellen aan een woningzoekende, vooral vanwege de privacy. 39 procent zou het wel overwegen, met extra inkomsten als belangrijkste reden. Tegelijk vindt 65 procent het onacceptabel dat hele woningen langdurig leegstaan, en 62 procent vindt dat de overheid daar harder tegen moet optreden.
Streng voor andermans leegstand, soepel voor je eigen logeerkamer
Je kunt dat hypocriet noemen. Wij denken dat het iets anders is. Een leeg huis gebruikt niemand. Een lege kamer in je eigen huis hoort bij je dagelijkse leven: de plek voor de kleinkinderen, voor mantelzorg, voor thuiswerken. ING-manager Wim Flikweert zegt het zelf: “een kamer die vandaag leegstaat, kan morgen nodig zijn voor mantelzorg of een veranderende gezinssituatie.” Meer dan de helft vindt ook dat eigenaren zelf moeten kunnen bepalen wat er met een leegstaand huis gebeurt. Mensen zijn niet tegen woningdelen. Ze zijn tegen gedwongen delen.
Het getal dat telt is die 39 procent. Dat is een grote groep die het wil overwegen en het toch niet doet. Daar zit de ruimte, en die maak je niet los met strengere regels voor lege huizen. Die maak je los door een kamer verhuren in je eigen huis minder spannend te maken: heldere afspraken, weten wat het je oplevert, weten waar je aan toe bent als het niet klikt.
Een kamer in Drenthe helpt een starter in Amsterdam niet
Wie net als wij vindt dat de bestaande woningen beter benut moeten worden, moet deze zin van ING eerlijk laten staan: “Een kamer in Drenthe helpt een starter in Amsterdam niet.” De lege kamers staan niet vanzelf waar de zoekers zijn. Starters willen bovendien geen kamer maar een groter huis. Ongeveer de helft van hen vindt de huidige woning te klein en 61 procent verhuist het liefst naar iets groters, tegenover 33 procent van de woningbezitters. Een logeerkamer bij een ouder stel lost het probleem van een student op, niet dat van een stel dat een gezin wil beginnen.
En “overwegen” is geen “doen”. ING noemt in het persbericht geen aantal ondervraagden en geen onderzoeksbureau. Hoe hard die 39 procent is, kun je dus niet controleren. Het is een richting, geen voorraad kamers.
Buitenruimte staat bovenaan, niet de extra kamer
Het onderzoek laat ook zien wat mensen missen. Bovenaan staat buitenruimte, daarna een extra slaapkamer en meer opbergruimte. 29 procent vindt de eigen woning te klein, en 22 procent zou juist liever kleiner wonen, omdat meer ruimte ook meer onderhoud en schoonmaakwerk betekent. Voor die laatste groep is verhuizen naar iets kleiners interessanter dan een kamer verhuren. Hoe dat in de praktijk loopt, zie je bij de woningverkopen door 65-plussers volgens het Kadaster. Wie huurt, voelt de krapte vooral in de prijs, zoals de huurstijging van juli volgens het CBS laat zien.
Hoeveel mag een kamer je belastingvrij opleveren?
Hoor je bij de 39 procent, zoek dan eerst uit wat het je oplevert voordat je iemand een sleutel geeft. De Belastingdienst kent de kamerverhuurvrijstelling. Verhuur je een kamer in je eigen huis voor langere tijd, bijvoorbeeld aan een student, dan betaal je geen belasting over de huur zolang je totale huurinkomsten in 2026 niet boven 6.633 euro komen. Dat bedrag is inclusief vergoedingen voor energie en het gebruik van spullen zoals de wasmachine. Reken het om: dat is ruim 550 euro per maand. De kamer mag geen zelfstandige woning zijn, dus geen eigen voordeur, keuken en toilet, en jij en je huurder staan allebei op dit adres ingeschreven. Voor korte verhuur, zoals via Airbnb, geldt de vrijstelling niet. Kijk daarnaast in je hypotheekvoorwaarden en bij je gemeente wat er voor jouw huis geldt.
Op Prinsjesdag, dinsdag 15 september, ligt het Belastingplan 2027 op tafel. Blijft de kamerverhuurvrijstelling daarin zoals hij is, dan verandert er voor die 39 procent niets aan de rekensom, en blijft het een getal in een persbericht.
